Maleisië 2010

Zaterdag 10 juli 2010

Vandaag is het zover. We gaan met SNP een familiegroepsreis doen door Maleisië. Rob brengt ons naar Schiphol en even voor 6 uur ‘s avonds treffen we de eerste groepsleden. Op het eerste gezicht gezellige mensen. De reisleidster is al in Maleisië, dus zodra alle familieleden er zijn, checken we onze bagage in en vertrekken.

Heiko

Route: Amsterdam – Kuala Lumpur

 

Zondag 11 juli 2010

Ondanks een wat hobbellige vlucht, hebben we allemaal behoorlijk kunnen slapen in het vliegtuig. Relatief goed uitgerust landen we op Kuala Lupmpur. Na een korte kennismaking met reisleidster Sylvia en gids Rithz

Manouk

Route: Cameron Highlands – Cameron Highlands
uan, gaan we met onze bus naar Malaka. Eenmaal aangekomen in een gezellig en leuk hotel Puri, frissen we ons even op en gaan op pad. De avond is net begonnen en maken een korte verkenningswandeling over de Jonker Walk. Het moge duidelijk zijn dat de Nederlanders in de VOC tijd hun sporen hebben nagelaten. Het straatje staat vol met kraampjes, waar etenswaar en koopwaar worden aangeboden. Dit is zoals we ons Maleisie onder andere hebben voorgesteld. De heerlijke etensluchten prikkelen onze trek. Dat komt goed uit, want we gaan met de groep eten in een restaurantje vlak bij het hotel.

De kinderen hebben het heel leuk samen en gaan gelijk met zijn allen aan één tafel zitten. Ook met de ouders klikt het goed! Het eten is heerlijk en zelfs Jesper (die niet zoveel lust) eet heel goed van het lokale eten. Nadat onze smaakpapillen zijn bevredigd gaan we nog snel even slapen. Om 2:00 uur in de nacht verzamelen we om naar een café te gaan on Nederland Spanje te kijken. Het café dat we eerder gevonden hadden lijkt al redelijk vol met lokale mensen, maar er is toch voldoende plek. De locale mensen lijken een duidelijke voorkeur voor Spanje te hebben. Doordat er nog een groep Nederlanders is binnengekomen, juichen en joelen we lekker door elkaar heen. Helaas wint Nederland niet, maar we kunnen er mee leven; Spanje was beter. Tegen vijf uur in de ochtend rollen we ons bed weer in en zijn benieuwd wat de volgende dag ons weer gaat brengen.

Heiko

Route: Kuala Lumpur – Melaka

 

Maandag 12 juli 2010

De gebroken nacht én de jetlag hebben hun sporen gelukkig niet achtergelaten. We zitten redelijk fris aan ons eerste Maleisische ontbijt. Nou ja, Maleisisch…wij proberen zo dicht mogelijk bij ons Hollandse ontbijt te blijven met toast en fruit en slaan de worstjes, mie en aardappelen nog maar even over. Met gids Rithzuan en Sylvia maken we na het ontbijt per voet een tour door Melaka. We komen o.a. langs de oudste Chinese tempel in Maleisië: Cheng Hoon Teng Temple. Hier wordt, terwijl we rondlopen, nog volop gebeden. In de voormalig “Nederlandse wijk” lopen we langs historische gebouwen als het Stadhuys en Christ Church Melaka. We eindigen de tour bij de ruïnes van St. Paul’s Hill, waar Nederlandse grafstenen staan. De warmte en vochtigheid is even wennen, maar we nemen dat voor lief gezien al het moois dat we zien. De bustocht die volgt richting Kuala Selangor is lang, maar geeft ons wel de mogelijkheid om even een beetje bij te slapen. Onderweg lunchen we bij een wegrestaurant waar de lokale bevolking ook eet, alleen de familie Locher (echte Hollanders) besluit bij het zien van al die vissenkoppen een broodje en donut te halen bij een donutshop. Om vijf uur komen we aan in Hotel De Palma in Kuala Selangor. We krijgen allemaal een huisje toegewezen waar we de nacht door mogen brengen. De huisjes liggen in een mooie tuin en in de omgeving zitten overal apen. Er is ook een zwembad en daar wordt door bijna iedereen gebruik van gemaakt. De Maleisische mannen, die op dat moment aan het volleyballen zijn, weten niet waar ze moeten kijken met al die halfnaakte vrouwen. Hun eigen vrouwen lopen n.l. volledig bedekt rond. Na het zwemmen kleden we ons aan om naar een beroemd lokaal seafood restaurant te gaan. Dit ligt heel mooi aan de rivier en we zijn net op tijd om de zonsondergang te zien. Het eten is heerlijk, zelfs de kinderen eten er goed van. Het kapot hameren van de krab zorgt nog wel voor wat hilariteit én hier en daar wat vlekken. Als iedereen klaar is, worden we naar de Selangor rivier gebracht, in een zwemvest gehesen en in houten roeiboten gezet. Aan de overkant van de rivier wacht ons iets heel bijzonders: duizenden vuurvliegjes die langs de rivier in de struiken zitten. Het is net knipperende kerstboomverlichting, maar als we met de boten ín de struiken liggen zien we dat het toch echt kleine vliegjes zijn. Ook respect voor de wat oudere vrouw die onze boot met vier man tegen de sterke stroom op weet te krijgen. Na dit alles worden we terug naar de huisjes gebracht en kunnen we heerlijk gaan slapen.

Linda

Route: Melaka – Kuala Selangor

Dinsdag 13 juli 2010

De wekker gaat al om zes uur, omdat Manouk afgesproken heeft om te gaan zwemmen. Ze draait zich echter nog even om, zodat we nog een half uurtje langer kunnen slapen. Om half acht ontbijten we met z’n allen. Manouk weet echter nog voor die tijd met haar teen in aanraking te komen met m’n reistas, waardoor ze haar teen openhaalt. Het bloed zorgt voor misselijkheid en Heiko weet nog net te voorkomen dat ze van haar stokje gaat. Gelukkig kan ze nog wel lopen waardoor ze gewoon mee kan naar Taman Alam: een mangrovebos waar allemaal apen (langstaartmakaken) zitten. We maken hier een korte wandeling. Op het hoogste punt zit een hele groep apen in een boom. Op het moment dat er een mannetje op een brommer aankomt met broodjes en bonen, zit de groep binnen no-time voor onze neus. We kunnen ze aaien en handjes geven en dat vinden vooral de kinderen geweldig. Er zit ook een baby-aapje van een week oud bij, die nog helemaal oranje is.


Als iedereen afscheid van de aapjes heeft kunnen nemen, lopen we terug naar de bus voor de rit naar de Cameron Highlands. Onderweg stoppen we nog drie keer. De eerste stop is bij restauarant The Little House, waar we een heerlijke Maleisisiche maaltijd voorgeschoteld krijgen. Als we al een aantal bochten in de bergen hebben gedraaid, stoppen we bij een waterval. Tobias wil graag langs de waterval omhoog klimmen en vier anderen, waaronder Jesper, volgen. Als ze al een heel eind op weg zijn, blijkt dat dit niet had gemogen. Een Maleisische vrouw wordt woedend als ze ziet wat we onze kinderen voor ‘levensgevaarlijke’ dingen laten doen. Gelukkig komt iedereen heelhuids beneden en kunnen we met z’n allen proeven van een stukje Durian: fruit dat “smells like hell and tastes like heaven”. Dat eerste valt mee, maar dat laatste een beetje tegen. De volgende stop is bij een voormalig huis van een van de oorspronkelijke bewoners van Maleisie: de Orang Asli. Het is een huis gemaakt van bamboe, waar de moeder van Michael (de jongen die ons verwelkomt en die zo heet omdat hij op Michael Jackson lijkt) tot vorig jaar nog heeft gewoond. Op het moment dat we met z’n allen de bus uitkomen, breekt de hemel open, maar gelukkig zijn er paraplu’s en is het huisje gedeeltelijk waterdicht. We krijgen uitleg over het huis en mogen daarna proberen een doel te raken met een blaaspijp van bamboe. Jesper is de enige dit het aapje weet te raken. Om half vijf komen we aan in het resort in de Cameron Highlands: Strawberry Park Resort. Het ligt erg mooi, hoog in de bergen en het heeft prachtige grote kamers. Er is ook een binnenzwembad dat gelijk onveilig wordt gemaakt door de kinderen. Ze hebben het erg naar hun zin met z’n allen. Ook ‘s avonds aan het eten kruipen ze weer bij elkaar aan tafel. We eten steamboat: een pan bouillon waar je vlees, vis en groenten in moeten garen en wat je aan het eind als soep op kunt eten. Lekker en erg gezellig!

Linda

Route: Kuala Selangor – Cameron Highlands

Woensdag 14 juli 2010

Vandaag gaan we op pad met 3 Jeeps. Zoals afgesproken staat iedereen om 9:00 uur klaar, maar twee van de drie jeeps laten nog even op zicht wachten. Typisch Maleisisch volgens Sylvia. Even voor half tien rijden we weg om met de jeep de hoogste berg te bereiken met auto (6666 feet) te beklimmen: de Gunung Berinchang. Halverwege stoppen we even om te genieten van het mooie uitzicht over de theeplantages. We krijgen uitleg hoe de theeproces van het oogsten tot theezak wordt uitgevoerd. Vroeger ging alles met de hand. Tegenwoordig wordt er ook machinaal gewerkt, maar dat is nog steeds eenmachine die door twee personen handmatig wordt voortgetrokken. Erg goed betaald wordt het niet. Ongeveer 6 eurocent per kilo. 7 tot 18 euro per dag. Het uitzicht is prachtig.



Even heeeeeel even later staan we boven op de berg om te voet af te dalen. Halverwege de berg nemen we een kleine afslag om over een vlonder te lopen. Onderweg komen we nog een “Chinees stelletje” tegen dat trouwfotos aan het maken is. Als het vlonderpad eidigt kunnen we het niet laten om langs een kleine sleile klim af te dalen over bomwortels en door de bagger. Eenmaal terug op het normale pad rijden we met de jeeps door naar de theefabriek. Hier zien we hoe in één dag de geplukte thee verwerkt wordt tot theezak. Bij de fabriek genieten we nog even van een lokaal kopje thee en het mooie uitzicht. Ook hier komen we weer het Chineese stelletje tegen, dat gewoon trouwfotos aan het maken is in de kantine van de lokale theefabriek.

Van de theefabriek rijden we naar de vlindertuin. Deze tuin heeft niet alleen prachtige vlinders, maar ook veel lokale insecten en andere dieren. Na eerst met onze gids rondgelopen te hebben duikjt er opeens een “Indier” op die werkt in de tuin. Hij spreekt ook een beetje Nederlands, want hij heeft een tijdje in Amsterdam gewoont. Geweldig om te zien hoe de jongen geniet van zijn werk en de humor die hij heeft. Hij voert een ware show op en neemt de kinderen er helemaal in mee. Het mooie is dat hij ongeloofelijke dingen bij de kinderen (en ons) bereikt. Manouk die doorgaans al bang is voor een klein spinnetje, heeft binnen een half uur tijd een Koningsprikhaar op haar handen, een kameleon op haar hoofd en een slang om haar nek. Ook Jesper en in (en de anderen) doen hier vrolijk in mee. Linda blijft op veilig afstand en neemt fotos. Bij “de schorpioen op de borst” passen wij drieën ook.

Met de bus gaan we verder en stoppen nog even op een lokale markt. Deze is wel heel commercieel/ gericht op toeristen en we rijden spoedig weer verder naar ons lunchadres. We komeen hier ruim twee uur later aan dat gepland, maar niemand die hier mee zit; we hebben inmiddels een fantastische “ochtend” achter de rug. Het lunchadres is “Holland café” Jasmin dat gerund wordt door een Maleisiër die redelijk wat Nederlands spreekt. De kinderen zijn in eerste instantie een beetje teleurgesteld als er Maleisisch eten op tafel komt. Ze hadden stiekem gehoopt op een keer westers eten. Als een minuut later ook de frietjes verschijnen kan de dag helemaal niet meer stuk. Tegen het inde van het eten gaat de karaoke machine aan – wat serieuze business in Azië schijnt te zijn. We wisten van te voren dat dit ook in dit café gedaan werd. Toevallig had ik tegen linda nog gezegd dat ik alleen ging zingen, als er een “laag nummer” zou zijn zoals “Blue berry hill”. Laten ze nu net hiermee beginnen; ja het was echt toeval. Als nog twee mensen hebben gezongen is de gène verdwenen en zingen we allemaal mee. Op het laatst wordt zelfs de polonaise ingezet. Grapig dat je van te voren nu niet echt naar zoiets zou uitkijken, maar het was super gezellig. Op de terugweg naar het hotel stoppen we nog even voor een ijsje. Terug op locatie duiken de kinderen het zwembad in en kunnen wij nog lekker lezen en de website bijwerken. Pas om een uur of acht gaan we eten, maar door de late lunch hebben we nog niet heel veel honger. Maar de saté en de patatjes gaan er in als koek. Voor het slapen gaan maken we de tassen klaar, want morgen rijdt de bus om 8:00 uur weer naar de volgende bestemming.

Heiko

Route: Cameron Highlands – Cameron Highlands

 

Donderdag 15 juli 2010

De dag begint weer vroeg: om 7.00 uur zitten we al aan het ontbijt. We hebben vandaag een redelijk lange bus dag van de Cameron Highlands naar Penang. Onderweg gelukkig nog wel wat stops waardoor ook deze dag weer bijzonder zal zijn. Omdat we in een gebied zitten waar veel fruit geteeld wordt, is onze eerste stop een marktje langs de snelweg met allemaal fruitkraampjes. We mogen heel veel soorten proeven, waarvan me de naam helaas weer ontschoten is. Er zit genoeg lekkers bij, waardoor iedereen met goed gevulde tassen de bus weer in stapt. We lunchen in een Indiaas restaurant. Dit tot groot verdriet van de kinderen die dachten dat we bij de buren gingen lunchen (Mc Donalds). Als alles op tafel komt, blijkt iedereen er toch weer van te smullen. We eten naanbrood met curry, kip en groenten en Heiko en ik proberen een typisch Indiaas drankje: de orange Lassie. Dit is een soort yoghurtdrank; erg lekker.

Als we de langste brug van Azië over zijn en Georgetown hebben bereikt, stoppen we voor een kleine tour: eerst te voet langs een prachtige Chinese tempel en vervolgens in Riksjas (door de stromende regen) door de Chinese wijk. Het is een lange stoet van Riksjas omdat niet iedereen er met z’n tweeën in past. Bovendien zijn de berijders een beetje ‘apart’ fietsen ze zonder blikken of blozen door rood op een druk kruispunt. Bij het eindpunt stappen we weer over op de bus, die ons naar een drijvend wijkje brengt waar allemaal vissers wonen. Heel bijzonder om te zien hoe de mensen hier leven. De laatste stop is bij de tempel met een gigantisch grote liggende boeddha. Alles staat strak in de verf en hierdoor lijkt het allemaal een beetje nep. Het helpt ook niet mee dat er in elke hoek iets staat waar geld aan verdiend wordt. Hierdoor lijkt het meer iets commercieels dan spiritueels. Heeft natuurlijk ook wel weer z’n charme.

Als we bij het hotel aankomen, staan er personeelsleden voor de deur met fototoestellen klaar. We voelen ons net beroemde filmsterren. Als we de bus uitkomen worden we verwelkomd met muziek, bloemen, een handdoekje en een hapje en drankje. Heel grappig allemaal. Onze kamer blijkt zo ongeveer de mooiste van het hotel te zijn: geweldig groot met een fantastisch uitzicht over de zee. We genieten niet alleen van het uitzicht, maar ook nog van het zwembad, de zee en het gezellige diner op het terras. Het was weer een mooie dag.

Linda

Route: Cameron Highlands – Georgetown

 

Vrijdag 16 juli 2010

Ook vandaag moeten we weer vroeg op. We gaan met de boot naar Lankawi, maar deze vertrekt reeds om 8:30 uur. We verwachten een grote veerboot, maar het blijkt een veel kleinere boot te zijn, waar toch nog meer dan 100 man op kunnen. Als eenmaal ook de bagage op de boot geladen is vertrekt de boot rond negen uur. Al snel spot Linda diverse keren dolfijnen. En ook een walvis/orka of… toch iets anders; het was een groot stuk hout. Maar het zien van de dolfijnen was echt super gaaf. Als we wat verder uit de kust varen, worden de omstandigheden minder. De hoge golven en het deinen van het schip hebben zijn uitwerking op vele aanwezigen. Het wordt stil in de boot en Jesper en ik gaan boven op het dek zitten. Dat scheelt gelukkig een hoop. De frisse lucht en goed uitzicht op de horizon brengen weer evenwicht. Als de boot weer eens een golf doorklieft, spetteren de zeedruppels in mijn gezicht. Even later nog meer spetters in mijn gezicht, maar een stuk minder lekker. 6 meter verderop leegt een man zijn maaginhoud over de reling; helaas doet ook hier de wind zijn werk. Gelukkig was het niet veel, maar fris voel je jezelf niet.

Ondanks het ontiegelijke lawaai is Jesper half bovenop een reddingsboot (één klein bootje voor ruim 100 man…) in slaap gevallen. Zelfs als er een korte bui valt slaapt hij gewoon door. Het blijkt nog langer varen dan gepland door de golven en wind tegen. Maar als we eenmaal land in zicht hebben, worden de golven minder en vergoed het mooie uitzicht veel. We zijn de nare reis al bijna weer vergeten. Na een busreis van een half uur komen we in hotel Lanai. We hebben weer prima kamers; als Linda en ik willen kunnen we vanuit de kamer zo in het zwembad springen. Na een lunch aan het strand, genieten we van de zon, de zee en het strand. Opeens komt Jesper met een flink pijnlijke vinger de zee uit. Hij heeft het idee een splinter opgelopen te hebben, maar behalve een beetje bloed, is het niet goed te zien of er nog iets in zit. Een uur later horen we hem niet meer en zit hij alweer in het zwembad. ‘s Avonds eten we bij een Thai’s restaurant. Het eten is lekker, maar gezien de status van het toilet, hebben we onze bedenkingen over de hygiëne.

Heiko

Route: Georgetown – Langkawi

 

Zaterdag 17 juli 2010

‘s Nachts wordt ik door Manouk wakker gemaakt. Jesper heeft last van maagkramp en heeft overgegeven. Ook heeft hij veel bultjes (lijken op muggenbulten waaraan gekrabt is) op zijn bovenarm en vlekken op zijn buik. Hij heeft geen koorts, dus zorgen maken we ons niet. De volgende dag is Jesper weer de oude. Even later vermoeden wat er gisteren met Jesper is gebeurd. Niklas probeerde een klein visje (Stingray of zo) te vangen. Het visje zet zijn stekels op als hij in gevaar komt. Ook Niklas komt met een pijnlijke vinger uit het water na het vangen van de vis. Jesper heeft er kennelijk met zijn hand op het visje gesteund. Niklas moet volgens het hotel even langs het ziekenhuis om een injectie te halen. Dit blijkt echter alleen tegen de pijn en zwelling en niet als antigif. Aangezien Jesper geen klachten meer heeft, hoeft hij niet ook een prik.

 

Als ik Jesper vraag of hij nog op de Jetski wil, is hij gelijk helemaal genezen. Ter info voor de oma’s en opa’s, dit is een soort brommer voor op het water. Manouk wil niet, maar Jesper uiteraard wel. Ik ga wel bij Jesper achterop, want zo’n ding gaat behoorlijk hard en ik heb niet het idee dat hij die verantwoordelijkheid al aankan. Superleuk om met de Jetski over het water en de golven te crossen. Regelmatig moet ik Jesper een beetje corrigeren als hij weer te hard dreigt te gaan, om iemand wil inhalen die harder voorbij komt. Maar het attrenderen op zijn medewatersporters, zoals andere Jetskis, speedboten die parasailers achter zich hebben hangen, is af en toe nodig. Jesper zijn “snelheidsrecord” was 46 mijl (ruim 70 km/u) per uur. Als het bijna tijd is, wil hij toch nog even proberen nog harder te gaan. Er zijn echter teveel golven en bij 43 mpu staakt hij zijn poging; hij gooit zijn gas dicht en maakt een scherpe bocht en trekt het gas weer vol open. Voor zijn medepassagier is dit teveel van het goede en onder het slaken van de kreet “LUL”, klap ik met zo’n 40 a 50 km per uur tegen het water. Behalve een paar verrekte spieren tussen mijn ribben, is alles OK. De pijn kan de pret niet drukken. Ik zou zo weer opstappen.
Manouk zou het liefst willen parasailen achter een speedboot. Maar het idee dat dit niet alleen mag en dat ze met een Maleisische gids achter de speedboot moet hangen houdt haar tegen. Dan maar met alle kinderen op de banaan achter de speedboot. Dat blijkt toch ook erg leuk en spectaculair. Ondanks het feit dat we alleen even op het water zijn geweest en de rest van de dag in de schaduw hebben gezeten, zijn we flink verbrand. Dat is helaas een harde leer voor de volgende keer. Voor de verandering zoeken we ‘s avonds een restaurant op dat ook Westers eten serveert, zodat de kinderen aan de pizza kunnen. Jesper eet weer eens te snel, dus met buikkramp zoekt hij een ligstoel op. Als we klaar zijn met eten, treffen we hem gezellig aan met Tobias.

Heiko

Route: Langkawi – Langkawi

 

Zondag 18 juli 2010

Vanmorgen werd ik veel te vroeg wakker gemaakt, vind ik. Ik was nog moe dus dat is te vroeg. Er was meteen een discussie of ik mee moest eten. Ik zei: ik heb toch geen trek. Maar ik moest mee omdat we dan een gezin zouden zijn of zo. Na, ik ging maar niks eten en erbij zitten en DSen, easy. Dus, terug in de kamer bleef ik daar wel ff. Ouders op het strand, waarvan de moeder om 11.40 kwam zeggen, kom nog even naar buiten zwemmen of zo, want we gaan om 12uur al weg. Die had geen flauw idee hoe laat het was, waarop Manouk zei, het is al 11.40 dus dat heeft geen zin. En Jesper: Inderdaad, zo is het maar net. Dus uh, gingen we om 12.15 weg met dat busje naar de mangrove grotten. En uh, toen we daar waren gingen we meteen met iemand mee naar een bootje. Met het bootje gingen we varen naar een drijvend restaurant. Daar zo, was ook een soort drijvende stijger, met tussen de stijgers, hangende netten. In de netten zaten verschillende zeedieren. Kom ik later op terug.
Dus uh, ja, wij hadden de middag deel en de rest van de groep het ochtend deel. Die zaten daar ook klaar voor het middag eten. Oja, toen we aan kwamen werden we ontvangen door Edo, een Nederlander die 5 jaar geleden de keuze maakte om hier te gaan wonen en zijn kennis te gebruiken om mensen te vertellen over de mangrove grotten, de gids dus. We kregen als eerst te eten: een bakkie spicy groente soup. We kregen er ook prikloze fanta bij, wel lekker bij zo’n pittige soup. Na de soup kregen we de (helaas) gewoonlijke rijst erbij, eerste keer: ‘hee dat is lekkere rijst’, want het is ook lekkerder dan in NEDERland. Maar elke dag rijst, sleurt je tog met je gedachten naar de Mac, een heerlijke cheeseburger met VEEL patat en die lekkere saus en ook die kipnugets met bbq saus. Daarna gingen we dus kijken naar die vissen. Er waren uhhhhhh, ringstay,,, stingray’s,,, pijlstaartroggen dus, waardoor die australier is gekilld. Ze hadden dat giftige ding,,, de sting,, erafgehaaald zodat hij niks deed. Je kon ze gewoon eten geven en aaien. Verder waren er best grote snelle sterke vissen. Spuugvissen, watersprinkhanen, en nog wat andere beesten, oja een uh,,, minishark,,kleine haaai dus…// Na dat gezien te hebben begonnen we met varen naar die grotten, als eerste gingen we kijken naar adelaars, mooie bruine. Echt ziek, een griffon, zelfde waarmee je op world of warcraft kan vliegen van plaats naar plaats, bij de alliance dan. Waren echt heel mooi. Edo zei bij de meeste beesten verpest zijn doordat mensen ze voeden, dan zijn het meer dierentuindieren, niet meer zoals ze echt in het wild zijn. daarna gingen we weer verder varen, kwamen van die makaken tegen, die apen die heel schuw horen te zijn, waren ze dus,,, ze gaan daar gewoon zitten wachten tot je ze wat eten geeft. Die mangrove zijn de bomen die daar overal staan, ze gebruikten ze vroeger voor houtskool ofzo, liet hij (edo) ook nog zien. Nu is het beschermd. ff wat over die bomen, het water daar is zout, normaal is dat gif voor een boom, maar er zit een filterdinges in de wortels, als er iets doorheen komt (aan zout), dan gaat dat naar 1 blad toe, het bladx sterft af en de boomkan weer verder leven. Ook hebben ze heeeel veel wortels die je gewoon kan zien, komt omdat ze in slib leven ofzo, of andere modderprut, gewoon puur voor stevigheid. Waar was ik,,,oja, even later kwamen we bij een grot, was nogal laag, gingen we met de boot onderdoor. Het water kon er stijgen en dan bleef je stucken daarzo met je boot, als je er zo’n dakje op hebt, zoals bij al die boten daar. Want het kan er regenen,,,kom ik laterop terug,,, In die grot zaten dus vleermuisies. Niet heel veel, maar het zag er wel vet uit. Na weer een tijdje varen kwamen we ergens aan waar we aan land gingen. Toen we daar waren regende het al een beetje. We gingen er dus in, daar zaten dus echt veel vleermuizen. Was wel ziek. Ook waren er die dingen die heeeel lang groeien. Malachniten en malachtiten??? nieten staan rechtop, tieten hangen:P, weet Sjoerd vast nogwel van België vorig jaar, zagen we ook die dingen. Maar deze keer waren ze echt facking groot. Ik paste er ong 3 a 4 keer in:P. Het begon steeeds harder te regenen, op het pas waar we liepen stond ook kleine afdakjesvan 2 bij 2meters. Djurre scheen ff naar boven, zaten daar allemaal apen, super ziek,ze keken vol schattig. Allemaal over het randje hangend. Weer een paar meterslopen en we kwamen bij het volgende stukjke grot. Was heeel laag. Ik dacht toen we erin gingen het laag was. Maar toen we 2 meter verder liepen moesten we bijna gaan liggen om erdoor te gaan. Eenmaal terug bij de boot regende het al een stuk harder. Toen werd het leuk! Na een tijdje ging het keihard onweren. Overal om ons heen sloeg bliksem in. Je zag een flits…..even stil…KABOOOM,, FACKING ZIEK. ECHT FACKING HARD. Onze gozer die de boot bestuurde,,,, Keihard gas erop:P. Niet het bootje onderschatten, want hij heeft ong 115 pk. Uiteindelijk allemaal heel aangekomen, Djurre moesten zo nodig weer naar de WC dus wij moesten wachten tot we het busje in mochten, voral Sanne vond dat niet zo leuk, want die had het koud, het zal je niks verbazen, maar ik vond het weer heerlijk, had het niet koud. Lekker dus. We moesten op vuilniszakken zitten omdat we een beetje nat waren. In de avond zaten de meeste mensen te ezelen, zag er wel lol uit, maar Jesper was Tobias zijn pokémons aan het lvlen met rare candys. De familie Bulterman ging patat eten enz. Wij gingen naar een chinees restaurant, daar wat gegeten, weer terug naar het hotel, muziek luisteren en slapen en wachten tot de volgende dag begint.

Zjespèr

Route: Langkawi – Langkawi

 

Maandag 19 juli 2010

Vandaag verlaten we Lankawi weer. We zien een beetje op tegen de bootreis, gezien de vorige slechte ervaring. Het is gelukkig slechts anderhalf uur varen. Dit keer geen pech. De zee is zo vlak als een spiegel en zonder problemen komen we aan vaste wal. Na een korte busrit hebben we onze eerste stop: Alor star – hoofdstad van de provincie Kedah. Gids Rithzuan loopt vooruit om te kijken of we de Moskee in mogen. Even later wenkt hij ons. Het is geen probleem, maar we moeten als niet-Moslim wel onze blote delen bedekken. Dat werd uiteraard een mooie verkleedpartij. Ik mag dan niets hebben met het Moslim-geloof, maar de Moskee spreekt mij veel meer aan dan de Boedistische tempel.

Eenmaal terug in de bus wordt het nog een ritje van 3 uur met een korte plaspauze en een lunch ter onderbreking. Het blijft mooi om te zien dat je op een “willekeurige” plek langs de weg zoveel keus hebt om te eten. Voor een paar euro heb je hier een hele maaltijd. De busrit is voorbij voordat je het weet. Maar dat komt ook omdat er de nodige uurtjes slaap ingehaald worden. Het bochtenwerk bergaf gaat weer aan de snelle kant, wat onze magen weer op de proef stelt. Gelukkig is het maar een kort stuk, zodat we spoedig ons onderkomen voor twee nachten te zien krijgen. Het Belum rainforrest resort is werkelijk schitterend. Verreweg het mooiste en meest luxe wat we tot op heden gehad hebben; maar ik denk ook wat we gaan krijgen. Mooie houten vloeren en kasten; tegelwerk e.d. in natuurkleuren. Prachtig en goed sanitair; het kan niet op. In de avond hebben we buffet, dus we – maar vooral de kinderen – kunnen naar harte lust kiezen wat we eten. Met volle buiken rollen we weer ons bedje in, en zijn benieuwd wat de dag van morgen weer zal brengen.

Heiko

Route: Langkawi – Pulau Banding

 

Dinsdag 20 juli 2010

De wekker ging weer vroeg, maar er stond vandaag wel wat moois op het programma: de jungletrek. Door de buschauffeur werden we afgezet bij een plek aan het Temengor meer waar we opgehaald werden door drie snelle bootjes. Voordat we aan boord gingen moesten we nog wat snacks inkopen voor de kinderen van de Orang Asli stam, die geïsoleerd in de jungle leven. Het Temengor meer maakt deel uit van het nationaal park Belum Rainforest, wat nog weinig ontdekt is door het toerisme. Dat werd ook al snel duidelijk toen we met grote vaart over het verlaten meer vaarden. Om ons heen niets anders dan het prachtige, oude regenwoud. De bootjes brachten ons na een tocht van ongeveer 45 minuten naar een eilandje met een vleermuisgrot. Doordat we iets te weinig zaklampen bij ons hadden, zagen we niet zo heel veel vleermuizen in deze grot, maar we roken ze helaas wel. We vonden ook nog een aantal slangenhuiden.

Bij de tweede stop, het gebied van de olifanten, werd vlak achter ons een hele schoolklas aan land gezet. Mochten er al olifanten in de buurt geweest zijn, dan werden ze nu verjaagd door alle herrie die de groep maakte. We vonden wel heel veel olifantendrollen (en ook verse) als bewijs dat ze hier echt geweest waren, maar we zijn ze helaas (?) niet tegen het lijf gelopen. Na weer een flink eind varen, legden we aan bij een eiland waar Rafflesia’s groeien. Dit zijn de grootste bloemen ter wereld, die maar vijf dagen bloeien. Het is dan ook erg moeilijk om een bloeiende bloem te vinden. Wij vonden 2 bloemen die uitgebloeid waren en een hele grote bloemknop, maar jammer genoeg geen bloeiende Rafflesia. Terug in de boot kwamen de eerste lunchpakketjes al uit de rugzakken, want de meesten hadden al aardig wat trek gekregen van de wandeltochtjes en de warmte. Voordat we bij onze picknickplek kwamen, gingen we echter eerst nog naar de Orang Asli’s.
Deze stam bestaat uit ongeveer 140 mensen (7 families)die verspreid over wat eilanden wonen. Ze leven nog heel primitief: geen electriciteit en ze zoeken zelf hun voedsel. Ze krijgen wel steun in de vorm van drinkwater en kleding. Toen we op een van hun eilandjes aankwamen was de schoolklas ook weer aanwezig. Deze jongens en meisjes (Maleisische studenten van ongeveer 16 jaar) vonden ons zo interessant dat niet de Orang Asli’s, maar wij de toeristische attractie werden. Iedereen wilde met onze kinderen op de foto. Vooral de twee blonde meisjes, Manouk en Sanne waren erg populair. Nadat de studenten vertrokken waren, konden we ook aandacht schenken aan de stamleden. De kindertjes waren echter wat bang voor al die lange mensen, en ze pakten al het eten dat we meegenomen hadden heel voorzichtig aan. Na dit bezoek, gingen we met de bootjes verder richting de waterval. We moesten een aardig eindje omhoog klimmen, voordat we aankwamen bij onze picknickplek: een lagune waar je onder de waterval kon zwemmen.
Als je hier in het water ging staan, had je meteen allemaal kleine visjes om je heen, die aan je voeten gingen knabbelen. Manouk had trouwens nog een bloedzuiger in haar broek gehad, maar dat hebben we haar maar niet verteld (durft ze misschien niet meer de jungle in). De kinderen en een aantal ouders hebben op deze plek lekker gebadderd en we hebben hier geluncht (sandwiches, kip en appels). Hierna werden we via een mooie route teruggevaren naar ons beginpunt. We waren net op tijd terug in ons hotel om geen last te hebben van de enorme tropische regenbui. Deze jungledag was absoluut een van de hoogtepunten. De nadelen van de jungle ondervonden we ‘s avonds (na een smakelijk buffet in het restaurant van het hotel) in onze kamer. Bij binnenkomst zagen we meteen een kakkerlak door de kamer rennen en nadat Heiko deze heldhaftig had doodgeslagen, rende er weer eentje uit de kast. Het zal misschien wel een nestje geweest zijn, want nadat we de receptie op de hoogte hadden gebracht van de kakkerlakken, kregen we meteen een andere kamer toegewezen. Hebben we toch nog rustig kunnen slapen.

Linda

Route: Pulau Banding – Pulau Banding

 

Woensdag 21 juli 2010

Vandaag hebben we weer een reisdag. Het bekende ritueel van vroeg op en koffers inpakken. Als we net met de bus op weg zijn, spot Manouk twee olifanten. Voordat ze het meldt is de bus al te ver voor de anderen om ze te zien. We klimmen naar de hoogste top uit die omgeving en stoppen voor het uitzicht. De dalen van de wildernis zijn gevuld met wolken; dauw uit het regenwoud dat door de ochtendzon oplost. Een prachtig gezicht; jammer dat het vangen van dit moois op de gevoelige plaat meestal niet lukt. Voor de tweede stop gaan we op zoek naar de grootste liggende Boehda. Voor het eerst heeft de buschauffeur moeite om het te vinden. Even later denken we er te zijn, maar het blijkt een andere Boedistische tempel, met een staande Boehda. Deze staande Boehda blijkt veel mooier dan de liggende Boeha, als we even later de andere tempel ook gevonden hebben.
Als we Kota Baru binnenrijden gaan we niet direct naar het hotel. We doen eerst nog een korte rondwandeling door de stad. Van de negatieve ervaring van collega Gerben (uitgejouwd door de moslims, terwijl ze gewoon lange kleren droegen) geen enkel spoor. Wat wel opvalt dat dit een hele smerige stad is. Overal zwerft plastic en ander huisvuil. De markt die we bezoeken is overdekt en heeft drie verdiepingen: Vers (groente, fruit, vis, kip), Specerijen en Kleding. De kleding is erg veel van hetzelfde: lange jurken, doeken enz. De versmarkt is leuk om te zien van bovenaf. De vrouwen die deze markt runnen, zitten midden tussen hun koopwaar. Maar als je dichterbij komt is de stank niet te harden. En de vliegen die op de (niet gekoelde) vis en kip zitten maken het ranzige beeld compleet.
Bij het Dynasty Inn aangekomen worden we verrast door een kleine vuilnisbelt die ernaast ligt. Als we uitstappen en onze koffers pakken, zien we meerdere grote ratten wegschieten. Op dat moment vraag je jezelf wel af: “Wat doen we hier?”. De kamers zijn niet bepaald luxe, maar dat hoef ook niet. Ze zijn schoon, maar hebben wel rare dingen. Zoals de WC die in het douchegedeelte staat en dus altijd nat word. Of het afvoerputje dat niet bij de douche zit, maar helemaal aan de andere kant van de badkamer, waardoor de hele vloer nat wordt als je doucht. Reisgenoten Fokke en Karin treffen het minder. In hun kamer huist een hele kolonie mieren. Als ze een andere kamer krijgen, zien ze een kakkerlak wegschieten… Als we ‘s avonds de stad in gaan om te gaan eten, is het restaurant dicht dat in de reisgids is aanbevolen. In onze zoektocht naar een restaurant komen we weer veel zwerfvuil en ratten tegen. Het restaurant dat we uiteindelijk in gaan ziet er redelijk schoon uit en heeft een enigzins open keuken. Het eten smaakt prima en de man die ons helpt is erg aardig en leuk met de kinderen. En – onze grootste angst van vanavond – we worden niet ziek van het eten.
Als we klaar zijn lopen we nog even over de lokale avondmarkt. Het stelt niet veel voor, maar Jesper scoort nog een Liverpool shirt, voor slechts 9 Euro. Voor ons toetje gaan we naar de lokale MC Donalds. Daarna snel naar het hotel en ons bedje in, want morgen hebben we weer een vol programma.

Heiko

Route: Pulau Banding – Kota Bharu

 

Donderdag 22 juli 2010

Vandaag gaan we naar een Nederlands stel dat is geëmigreerd naar Maleisië. Ze wonen in een dorp vlak bij Kota Baru. Als we daar aankomen, begrijopen we waarom we uberhaupt in Kota Baru waren. In eerste instantie was het de bedoeling dat we hier twee dagen zouden overnachten, maar dat kon niet omdat ze niet voldoende ruimte voor ons hadden. We dachten dat dit kwam omdat er al andere boekingen waren, maar ze hadden sowieso niet genoeg ruimte voor onze groep. Klein foutje van de SNP, want die had dit resort wel vermeld op de website. Jammer, want Pasir Belanda (Hollands zand) is werkelijk prachtig. Leuke huisjes, goed onderhouden en mooie opzet en ligging. Volgens Harry – de eigenaar – had er ook nog ruimte geweest in een resort vlakbij met een zwembad… Voordat het ochtendprogramma begint, laten ze ons zien hoe de kokosnoten hier geplukt worden. Soms met de hand door zelf in de boom te klimmen, maar in dit geval door een getrainde aap.

Ze hebben de aap zelfs het verschil geleerd tussen kokosnoten die oud (bevatten alleen kokos) en jong (met kokosmelk) te laten plukken. Het is een nog relatief jong aapje dat nog niet zosnel is, maar binnen een kwartier heeft hij ongeveer 15 kokosnoten geplukt. Bij het ochtend en middagprogramma kunnen we kiezen uit: Fietsen, helpen koken van de lunch, batikken, kanoën, vliegers maken, maar wie wilde, kon ook tafeltennissen en batmintonnen. We kozen ervoor om met de fam. Hoeksema eerst te gaan fietsen en in de middag te gaan batikken. De fietsen waren goed genoeg en de route erg leuk. Slingerend tussen de bebossing en langs de lokale huisjes. Toen we even fout waren gereden (ik had ze nog gewaarschuwd mij de route niet te geven) werden we geholpen door een zeer vriendelijk jongen op de brommer. Eenmaal op het juiste pad, reden we langs de vliegermaker en een kroepoekfabriekje. Bij allebei konden we even binnenkijken hoe ze werkte. Onze route liep ook langs een school die net uit ging. Wat heel aandoenlijk is dat alle kindjes continu zwaaien en “Hello” roepen.
Grappig om te zien dat de kinderen op de brommer “gestapeld” worden. Helaas gebeuren er op deze manier regelmatig dodelijke ongelukken. Maar ja, waarom zou je een helm dragen… Voordat we weer terug fietsen, rijden we nog even verkeerd en komen bij een “batikfabriekje”. Leuk om te zien en handig voor straks als we zelf aan de slag gaan. De lunch die door één van Harry zijn buren is gemaakt is werkelijk heerlijk. Niet te scherp en met heerlijke smaken. En …alles komt tegelijkertijd op tafel. Dat zijn we niet gewend in Maleisië, want er kan makkelijk 30-45 minuten verschil zitten, tussen de eerste en laatste die zijn eten krijgt. Of dat je eerste de “roerbak” krijgt en tien minuten later de rijst. Het batikken vindt bij een andere buurman plaats in een oude schuur, met op de grond alleen maar zand. Er staan grote houten raamwerken, waar katoenen lappen op gespannen worden. Op die lap teken je met potlood het design, om dit vervolgens over te trekken met hete was.

De was zorgt ervoor dat de kleuren niet door kunnen lopen. Helaas is Pepijn niet voorzichtig genoeg en krijgt een flinke scheut hete wasover zijn hand. Gelukkig valt de schade achteraf mee. Na het inkleuren met een soort ecoline zijn we klaar. De eigenaar zorgt verder voor het uitwassen van de was en het behandelen met chemisch spul. De resultaten (vooral die van Linda) zagen er erg leuk uit. Als we terug zijn bij het Nederlandse Resort, genieten we van thee, ijs en appeltaart! Het overdekte terras biedt onderdak voor een tropische onweersbui en heeft uitzicht op een mooi riviertje, waar de varanen gewoon voorbij zwemmen. De kinderen spelen op een tegenovergelegen veldje nog een potje voetbal; leuk om te zien dat ook een 3-tal lokale jongens meedoen. De groep die in de middag is gaan fietsen komt helaas drijfnat binnen. Dus voordat we naar het aanbevolen satehuis gaan rijden we nog even langs het hotel voor een opfrisbeurt en droge kleren. De saté wordt aan één stuk door gebakken door één man achter een super lange BBQ. Het eten is lekker en kost geen drol. Met drankjes erbij waren we 10 ringit per persoon kwijt (ongeveer 2,5 Euro). Buschaffeur Ruslan brengt ons (op zijn vrije dag) weer veilig naar het hotel.

Heiko

Route: Kota Bharu – Kota Bharu

 

Vrijdag 23 juli 2010

Vandaag gaan we naar de Perhentian Islands. Eerst een stuk met de bus, en daarna nog met de boot. We lijken wel getrainde militairen, want om stipt 8:30 is iedereen in de bus en rijden we weg. Er is altijd genoeg te zien onderweg. Hoewel Linda zich altijd verbaasd dat ik overeen reisdag kan schrijven, omdat ik “alleen maar lig te slapen”. En inderdaad, reizen is best vermoeiend en in zo’n bus sukkel je af en toe in slaap. Eén van de dingen die in Maleisië opvalt is dat mooie huizen en krotten gewoon dwars door elkaar heen staan. We begrijpen van de reisleiders en gidsen, dat nummer 1 prioriteit niet het huis is, maar de auto/brommer. Het is er altijd warm; ook ‘s nachts. Dus als je een golfplaat boven je hoofd hebt, is dat op zich voldoende. Een vervoermiddel om naar werk te gaan en de kinderen van school te halen is veel belangrijker, vooral omdat de reisafstanden hier groter zijn.


Heel even lijken we wat oponthoud te hebben. Het is vrijdag (dat is hier weekend; soort zondag dus) en de lokale markt van het dorpje waar we met de boot vertrekken is super groot. Het krioelt er van de mensen en auto’s staan overal geparkeerd. Het ziet er wel erg gezellig uit. Even later komen we aan bij de haven, waar we nog anderhalf uur moeten wachten voordat de boot vertrekt. De boot blijkt veel kleiner dan verwacht. 13 man plus bagage lukt net. Verdeeld over twee boten vertrekt de groep. Al snel worden de 2 keer 140PK opengetrokken en met hoge snelheid schieten we over het water. Spectaculair, leuk, maar niet eng of gevaarlijk. Als we iets meer op open zee komen stuiteren we lekker over de golven. Dit tot ieders vreugde, behalve die van mij. Ik ben zo stom om voorin te gaan zitten waar je de hardste klappen krijgt. Met mijn gekneusde(?) rib is dit geen feest.

Binnen iets meer dan een half uur komen we aan bij het Perhentian Island Resort. Witte stranden, palmbomen en prachtige blauwe zee. Wat wil een mens nog meer. Welnu, een leuk comfortabel huisje bijvoorbeeld… Linda had reeds ergens op Internet gelezen dat het vergane glorie was. Welnu dat is zeker het geval. De huisjes zijn echt ouwe meuk. Op zich geen ramp, maar het komt niet schoon over. Verder is het ook raar dat er op het strand geen parasols zijn en nauwelijks iets om op te liggen. In de zon is het niet uit te houden, dus besluiten we op ons overdekte balkonnetje te gaan zitten. Helaas, iedereen heeft stoeltjes, behalve wij. Toch lastig, zeker omdat we in huis moeten wachten op de monteur omdat de airco het niet doet. Maar, eerlijk is eerlijk. Ze doen erg hun best en zijn heel vriendelijk. De airco wordt gerepareerd en na enig aandringen krijgen we toch nog stoeltjes. Aangezien de lunch in het restaurant niet echt je van het was, gaan we ‘s avonds een eindje verderop bij een ander resort eten. Het eten smaakt hier heerlijk en de huisjes zijn ook een stuk mooier – alleen zit er een iets minder mooi strand bij. We krijgen op de terugweg nog wel een regenbuitje op onze kop, maar als alle kleren weer te drogen hangen, duiken we ons bedje in.

Heiko

Route: Kota Bharu – Perhentian Island

Zaterdag 24 juli 2010

Het is even voor vijf uur in de morgen. Ik wordt half wakker van een krakend plastic zakje. “Wat doe je?” vraagt Linda. “Niks” antwoord ik. Er klinkt een keiharde gil en het licht gaat aan. We zien een grote rat achter de koelkast wegschieten. Een tweetal seconden later rent een kleinere rat (of muis) tegen de kast op en verdwijnt via een ventilatorrooster het dak op. Twee ratten hadden geprobeerd het zakje met koekjes dat op Linda haar nachtkastje lag open te krijgen. Lekker idee, zo 40 cm van je hoofd. Als de eerste emoties zijn gezakt vragen we ons af “wat nu?”. Voorzichtig zet ik de voordeur open en geef een paar schoppen tegen de koelkast. Er gebeurd niets. Kennelijk zit er onder de koelkast een gat in de vloer… Wel zien we op de kast nog tot twee keer toe een staart bewegen. Zelf zit ik nog vol adrenaline, dus ga maar in mijn boek lezen. Linda gaat toch maar weer slapen, terwijl ik de wacht houdt. Uiteraard pas wel nadat we alle etenswaren hebben verzameld en deze in een plastic zak op het balkon hebben gegooid.
De volgende morgen blijkt het helaas een niet op zichzelf staand verhaal. Bij twee andere gezinnen zijn ratten gesignaleerd. Ze zitten dus overal! Reisleidster Sylvia regels wel een paar andere huizen. Zelf heeft zij het idee dat sommige kamers er meer last van hebben dan anderen, dus verhuizen we onze spullen toch maar. Het huisje dat we nu hebben zier er in ieder geval iets minder armoedig uit.
Na de lunch gaan we snorkelen. Nadat flippers en duikbrillen zijn gerekeld, vertrekken we met 13 man/vrouw in een bootje. We stoppen op 4 verschillende plekken, die elk zijn eigen bezienswaardigheid heeft. Als we bij de eerste plek het water in plonzen, zit ik gelijk tussen een school prachtige visjes. Met de onderwatercamera (gisteren gekocht in de haven) begin ik gelijk foto’s te maken. Ze kunnen nog niet op de site, want dit is geen digitale camera (eerst thuis laten ontwikkelen en afdrukken). Soms is het snorkelen best lastig. Vooral als er golven zijn en je zit zelf ondiep. Het water kan dan in je luchtpijp komen en het uitblazen ervan gaat nog ongewennig. Je kunt dan eigenlijk niet met je hoofd bovenwater, want dan raken je benen het koraal; helemaal als je flipper aanhebt. Wat meer naar de kust zien we werkelijk prachtig koraal in allerlei kleuren en vormen. Ook de vissen zijn schitterend. Soms klein en veel kleiren. Anderen weer groot en zwart of alle kleuren van de regenboog. Dan schieten er weer lange dunne vissen voorbij. Gelukkig zijn we net weg als er een groep Maleisiërs te water gaat. Allemaal een zwemvest aan, want zwemmen kunnen ze niet. Een boel kabaal en we zien ook nog hoe ze met zijn alleen op een grote “steen” gaan staan – wat misschien wel koraal was…
Bij de tweede duik gaan we op zoek naar een zeeschildpad. Helaas is hij niet moeilijk te vinden. Vlak voor ons eigen resort zien we een aantal bootjes en in het water liggen. Even verderop liggen een tiental mensen met snorkel in een kringetje. Als we dichterbij komen, zien we een zeeschildpad van meer dan een meter groot. Het dier eet onverstoorbaar van de grond. Dan gebeurt waar iedereen op zit te wachten. De zeeschildpad komt naar boven om adem te halen en veel mensen zwemmen achter hem aan. Helaas zijn er toch mensen bij die het dier ook aanraken, wat nadrukkelijk verdboden is… Weer verderop gaan we te water waar mooi koraal te zien is, maar waar ook regelmatig (ongevaarlijke) haaien zwemmen. Ik besluit wat dichter naar de kust te zwemmen. Het snorkelen gaat inmiddels een stuk makkelijker en de zwemvliezen heb ik uitgedaan. Voor mij is deze manier van zwemmen een hele openbaring, want normaal hangen mijn benen veel te diep in het water. Maar nu ik mijn hoofd in het water hou, drijf ik zowaar ook! Misschien dat het hoge zoutgehalte ook een duit in het zakje doet, maar moeiteloos beweeg ik mij door het water en over en langs het koraal. Wat ik hier zie is nog veel mooier dan de eerste duik. Zulke mooie kleuren: geel, wit, bruin, blauw, zwart, rood, het houdt niet op. Wel zijn er iets minder vissen, maar af en toe wel hele mooie en/of grote. Ook zie ik nog een soort flexibele komkommers op de bodem; zowel zwart als prachtig lichtgrijs. De duik is schitterend, maar haaien worden niet gespot.
De laatste duik is vlak bij de vorige. Hier zouden ook grote vissen kunnen zitten. Het koraal is mooi, maar minder dan de vorige plek. Opeens hoor ik Karin roepen: “Heiko een haai!” Ik duik weer onder en zie inderdaad een enorme haai voorbij komen van minstens anderhalve meter. Ik roep het snel door naar de anderen, maar als ik weer in het water kijk is hij alweer weg. Helaas zien de anderen de haai niet. Moe maar zeer voldaan, komen we 3 uur later weer aan bij ons resort. We zijn allemaal erg onder de indruk van wat we gezien hebben. De volgende dag horen we van het thuisfront dat we extra geluk hebben, want de regering van Maleisië heeft afgekondigd dat er tot en met oktober niet meer mag worden gesnorkeld, vanwege de slechte gesteldheid van het koraal. Volgens de locals mag het hier nog wel en geldt het alleen voor andere gebieden. Maar dat dit soort prachtige natuur beschermd wordt is heel goed en – met wat we vandaag gezien hebben aan gedrag van de mens – helemaal terecht.
Als we ons onder de douche hebben ontdaan van het zout en op het balkon zitten na te genieten, zien we de grote varaan die hier in het vijvertje zit voorbij lopen. Helaas is Linda net te laar metde fotocamera. Even later zien we een meisje dat een foto staat te nemen van iets dat tegen de boom aangeplakt zit. Het blijkt een vliegende Eekhoorn. Niet dat deze echt kan vliegen, maar hij kan wel zweven. Het schijnt een dier te zijn dat je niet heel vaak ziet, maar we hebben geluk en het laat zich uitgebreidt fotograferen. Na een avondmaal dat weer prima smaakt, gaan we slapen en hopen op een rustige nacht. Maar… het licht laten wel aan!

Heiko

Route: Perhentian Island – Perhentian Island

 

Zondag 25 juli 2010

Vandaag hebben we een stranddagje gepland. Helaas is het weer niet echt goed. Ondanks de bewolking nemen we plaats onder een kokosboom, voor het geval de zon toch nog doorbreekt. In de felle zon is het namenlijk echt niet uit te houden. Als het even later begint te rommelen in de lucht, vraagt Linda: “Liggen we wel veilig hier, zo onder die boom?”. “Dat zal toch wel” antwoord ik. Als ik even later op mijn rug naar boven kijk, zie ik dat ik met mijn hoofd precies onder een aantal kokosnoten lig. “Liggen we hier wel veilig onder die kokosnoten?” vraag ik Linda. “Dat zeg ik net” is het antwoord; terwijl ik dacht dat ze het over het onweer had. Maar ja… te lui om een stukje te gaan verliggen.
We hebben ook nog een paar duikbrillen gehuurd. Jesper gaat op zoek naar (en vindt) zeeschildpadden. Manouk geniet van het koraal. Als Manouk wat zeewater in haar snorkel krijgt wil de snel naar boven toe. Het is helaas ondiep waar ze zwemt, zodat ze haar voet open haalt. Gelukkig niet ernstig; laten we hopen dat ze over twee nachtjes slapen probleemloos kan wandelen kan wandelen in de Taman Negara. In de middag ben ik aan de beurt met darmproblemen. Terwijl ik even plat ga op bed, hebben de kinderen dikke pret in het zwembad.

Heiko

Route: Perhentian Island – Perhentian Island

 

Maandag 26 juli 2010

We hebben vandaag een zeer lange reisdag. Om de boot van 8:00 uur te halen, staan we rond zes uur op. Na het bekende ochtendritueel, staan we allemaal keurig om kwart voor acht klaar. We lopen naar de pier, maar al gauw blijkt er een probleem. Het water en de golven bij de pier zijn te hoog, waardoor het niet mogelijk is om daar op te stappen. We worden verzocht om terug te lopen naar het strand. De bedoeling is dat we met kleine bootjes (roeiboot met moter) van het strand gebracht worden naar de wat grotere 10 persoonsboten. Als echte Nederlanders reageren we wat sceptisch. Helemaal als we wat dichterbij komen en zien dat de jongens in de kleine bootjes al aan het hozen zijn. En niet zomaar… Eén van de twee boten heeft al zeker zo’n 500 liter water aan boord. Maar ook hier hebben de Maleisiërs een oplossing voor. Al gauw komen ze aanzetten met een stuk of 50 vuilniszakken zodat we alle tassen kunnen inpakken. Ondanks dat we hier de oplossing niet in zien, gaan we allemaal braaf onze koffers in vuilniszakken stoppen. Maar op het moment dat één van de twee kleine bootjes helemaal onder water verdwijnt, zien de Maleisiërs toch ook in dat dit niet de oplossing is.
Uiteindelijk komt er een iets grotere boot, die vlak bij het strand voor anker gaat. Door het ankertouw van de boot langzaam te laten vieren, kunnen ze deze boot zo dicht mogelijk aan de kant laten komen zonder dat hij vastloopt op het strand. Vervolgens worden er telkens een man of zes met bagage de boot in geladen, om 100 meter verderop weer over te stappen op de grotere boot. Het bootje dat onder water was verdwenen hebben ze inmiddels weer rechtop gekregen en ligt in de branding. Met ongeveer 8 man zijn ze bezig de boot recht te houden, meer op het strand te krijgen en van de moter te ontdoen. Grappig gezicht dat één jongen het water uit de boot hoost, terwijl er met iedere golf die op het strand stukslaat tien keer zoveel water de boot in gaat. Ach, je kan zeggen van de Maleisiërs wat je wilt. Ze zijn zeer vriendelijk en behulpzaam. En… tegen alle verwachtingen in komen zowel wijzelf als de bagage vrijwel droog in de boot. Met ongeveer anderhalf uur vertraging vertrekken we weer richting het vaste land. Maar dat mag de pret niet drukken; we hebben ons weer kostelijk vermaakt.

De lange busreis verloopt prima. Ondanks korte tussen stops en lunch (waar we nog een nestje jonge poesjes zien van ongeveer 1 week oud), duurt de busreis iets langer dan gepland. Even voor 7 uur komen we aan in het resort Mutiara Taman Negara. Deze huisjes zijn misschien uit hetzelfde bouwjaar als de Perhentian, maar goed onderhouden en sfeervol ingericht. Ook het park is leuk opgezet en ziet er verzorgd uit, en de aapjes verwelkomen ons. We hebben maar kort de tijd om ons om te kleden en te eten, want we willen nog een avondwandeling maken met onze lokale gids. We gaan op zoek naar insecten, maar als we geluk hebben zien we nog wat andere dieren. Behalve reuzen mieren, termieten, grote spinnen, sprinkhanen, duizendpoten en wandelende takken, zien we ook nog een slang, een gekko en schorpioenen. Vlak voordat we ons huisje in willen gaan, zien we nog een piep klein vogeltje zitten tussen een bananenblad.

Heiko

Route: Perhentian Island – Taman Negara

[/toggle]
[toggle title=”Dinsdag 27 juli 2010″]

Vandaag gaan we de Taman Negara in. Jesper wil niet mee, want hij heeft heel erg pijn in zijn nek. Aangezien dit één van de topdagen schijnt te worden, stoppen we er een paracetamol en en proberen hem over te halen. Met de belofte dat hij terug kan als het echt niet lukt, krijgen we hem uiteindelijk mee. Het is vandaag bewolkt en het lijkt zelf een beetje koel. Schijn bedriegt, want zodra we ons inspannen gutst het zweet van ons af. We lopen dwars door de jungle en zien grote bamboebossen, dikke meranti bomen en hele dikke, lange gekronkelde lianen. We komen op een kruispunt waar we moeten kiezen of we direct naar de canopy walkway (boomtoppen wandeling) gaan, of dat we eerst nog een steile berg beklimmen. De ouders willen nog wel klimmen, maar de kinderen niet. Langzaam doet het groepsproces zijn werk en één voor één gaan de kinderen overstag. De klim blijkt inderdaad heel stijl te zijn. Ik heb inmiddels geen droge draad meer aan mijn lijf. 2,5 liter water is er in gegaan en weer als zweet uitgekomen. Jesper zijn pijn in zijn nek is weer iets bijgetrokken en staat (zoals we hem kennen) als eerste op de top.
Nadat we zijn afgedaald nemen we de afslag naar de canopy walkway. Op 50 meter boven de grond lopen we over een soort ladder met planken erop, met aan de zijkant netten. De meeste hoogtevrees klanten zijn niet echt bang. We genieten van deze bezondere wandeling en het uitzicht. Beesten krijgen we niet te zien, maar hiervoor zijn er in dit gebied teveel toeristen. We hebben zelfs geluk, want we konden zonder te wachten de canopy walkway doen. Soms is de wachttijd hier een paar uur.
De weg terug naar het resort is ongeveer een half uurtje lopen. Ik merk dat de zware inspanning en het vochtverlies in combinatie met (opnieuw) buikperikelen zijn tol eisen. Helemaal kapot kom ik terug bij het resort, met de constatering dat Jesper en Niklas (die voorop liepen) er niet zijn. Djurre dacht ze nog wel gehoord te hebben maar wist het niet zeker. Volgens de gids kunnen ze maar op één plek fout zijn gelopen (bij de andere kruising hebben we ze goed zien lopen). Wibo loopt terug de jungle in. Linda loopt met de gids naar de andere uit/ingang van het resort, waar ze zouden moeten komen als ze de andere route hebben genomen. Ook de anderen helpen zoeken. Echt paniek hebben we niet; we kennen Jesper, hij loopt niet in zeven sloten tegelijk. Maar helemaal gerust zijn we ook niet. Na een kwartier zijn ze gevonden. Ze zaten samen bij het restaurant achter de computer te Internetten. Hun huisjes werden schoongemaakt en daarom waren ze doorgelopen naar het restaurant. Typisch Jesper om niet aan te voelen dat hij zijn excuses moest maken aan de diverse mensen die hem hebben lopen zoeken…
In de middag genieten we ook van de jungle, maar dan op een hele relaxte manier. We gaan met 5 boten varen op een zijtak van de Tahan rivier. Deze rivier is op diverse plaatsen zeer ondiep, maar door de platte bodem van de boot kunnen we hier wel varen. De schippers moeten wel regelmatig de moter (half) uit het water halen om te voorkomen dat de schroef op de bodem kapot slaat. Een enkele keer moet er met een stok op de bodem afgezet worden om toch tegen de stroom in te komen. Uiteindelijk komen we op een plek waar we echt niet meer verder kunnen. Op onze slippers lopen we nog een kilometer op een paadje langs de rivier. Op een gegeven moment komen we bij een klein watervalletje waar we kunnen zwemmen. Het wordt een sport om zoveel mogelijk stroomopwaards te klauteren over de stenen en door de stroomversnellingen. Na ruim een uur waterpret lopen en varen we weer terug.
‘s Avonds eten we aan de overkant van de rivier. Super lekker eten; redelijk snel op tafel en het kostte weer bijna niets. Vanaf het restaurant vertrekken we weer met de boot de jungle in. We hopen in het donker nog wat beesten te zien, maar we willen vooral in alle rust de geluiden van de jungle horen. Veel beesten zien we niet. Onze schippers doen erg hun best en uit het niets spotten ze twee uilen en een zwevende eekhoorn. Volgens onze kinderen (die achterin zitten) komt er steeds meer water in de boot. Nadat we het in eerste instantie negeren, merken we zelf ook dat de boot aardig vol begint te lopen. Het hozen van de kinderen zet niet veel zoden aan de dijk, zodat Manouk met stroom mee mag gaan peddelen en de schipper gaat hozen. Gelukkig werkt dit wel en is de boot weer aardig leeg. Door dit ritueel regelmatig te herhalen, zullen we in ieder geval niet zinken. We zien verder geen beesten, maar de geluiden van de jungle waren heerlijk om te horen.

Heiko

Route: Taman Negara – Taman Negara

[/toggle]
[toggle title=”Woensdag 28 juli 2010″]

Even na negenen laden we onze bagage in de boot en springen er zelf bij. We varen vandaag met twee boten uit de Taman Negara, om een kleine 3 uur later de bus te nemen. Sommigen liggen in de boot te slapen of te gamen, maar de meeste genieten nog één keer van het regenwoud en de waterbuffels die we onderweg tegenkomen. Aan het einde van de boottocht krijgen we onze lunchpakketten en rijden richting Kuala Lumpur. De eerste tussenstop is bij een opvangcentrum voor olifanten. We kunnen hier de Aziatische olifant voeren, aaien en berijden. Aan het einde van het bezoek aan het opvangcentrum, kunnen we ook nog “samen in bad met de olifant”. Met een man of 6 tegelijk klimmen we op zijn rug. Na een paar stappen laat de olifant zich op zijn zij in het watervallen, zodat iedereen kletsnat wordt. Na deze duik kunnen we ook nog spelen met de kleine olifantjes die zich gewillig laten nat spetteren.

Als we Kuala Lumpur binnen rijden gaan we nog niet direct naar het hotel. Eerst bezoeken we nog de Hindoetempel in de Batu Caves. Een gigantisch hoog gouden beeld staat voor de trappen die leidt naar heilige tempel in een grot. Rond de gigantische trap (272 treden) zijn veel apen. Een Arabier die kennelijk niet is gewaarschuwd in binnen de kortste keren zijn plastic zak met etenswaren kwijt, waarna de apen zich tegoed doen van chips en een pakje drinken.
Het Radius hotel is een prima uitvalsbasis naar het centrum van Kuala Lumpur. We worden bijna bij iedere eettent naar binnen gesleurd, maar kiezen uiteindelijk zelf waar we gaan eten. De kwaliteit is OK, maar we hebben wel eens beter gegeten. Vervolgens gaan we te voet naar de Twin towers; een kleine 20 minuten lopen. De indrukwekkende torens zien er in het donker schitterend uit. Na een heleboel fotos lopen we weer terug naar het hotel. Echt soepel gaat dit niet. Pepijn heeft zijn enkel verzwikt bij een poging een spectaculaire foto met de Twin towers te krijgen. Bovendien wil Linda (niet voor niets een Selier) een andere route terug lopen. Het overkomt haar niet vaak, maar door het ontbreken van een gedetailleerde kaart, lopen we fout. Uiteindelijk kiezen we ervoor om ons doo een taxi naar het hotel te laten brengen. Versleten maar voldaan rollen we even na middernacht in ons bed.

Heiko

Route: Taman Negara – Kuala Lumpur

[/toggle]
[toggle title=”Donderdag 29 juli 2010″]

We zijn vandaag vrij om te gaan en staan waar we willen. We besluiten om Kuala Lumpur te gaan ontdekken samen met de Hoeksema’s. Met de monorail rijden we richting de Indische wijk om daar twee stadswandelingen te gaan doen. We zakken vanuit de Indische wijk af naar beneden, om te eindigen in Chinatown. Onderweg zien we weer veel leuke gebouwen, marktjes, tempels en andere bezienswaardigheden. Ook is er nog tijd om te gaan shoppen, waarbij Linda en Manouk h.e.e.a. kopen in Zara en ik mij teveel accessoires laat aansmeren voor mijn Canon G11. Jesper is dan al vertrokken met de rest van de kinderen om te gaan zwemmen in het hotel.
‘s Avonds keren we terug naar Chinatown, om daar met zijn allen te gaan eten. Met een paar versleten benen duiken we ons bed weer in.

Heiko

Route: Kuala Lumpur – Kuala Lumpur

[/toggle]
[toggle title=”Vrijdag 30 juli 2010″]

Vandaag gaan we naar waterpretpark Sunway. Er schijnen nog wel wat andere attracties te zijn, maar we komen voornamelijk voor het waterfestijn. Een taxiritje van 20 minuten brengt ons ter plaatse. De taxichauffeur zet ons niet af voor de hoofdingang, maar 200 meter ervoor. Daar staat een Maleisiër die kaartjes voor ons heeft, zodat wij niet in de rij hoeven te staan. De kaartjes zijn gewoon dezelfde prijs, maar kennelijk koopt hij ze weer groter in en pakt zo zijn marge. Die marge is kennelijk goed genoeg, want ook de taxichauffeurs blijven hangen. Die krijgen kennelijk ook weer hun provisie… We moeten toch even wachten want hij heeft één kaart tekort, maar uiteindelijk kunnen we het park in. Altans… dat dachten we. We moeten toch eerst in de rij staan om onze kaarten weer in te ruilen voor een electronisch armbandje, wat ons toegang verschaft tot de diverse sub-parken. Hier blijkt ook dat een deel van het waterpak is gesloten vanwegen een privé evenement… Eenmaal bijna binnen, worden we opnieuw verrast. Er mag geen eten en drinken mee naar binnen genomen worden. Aangezien wij onze hele drank en koekvoorraad voor in het vliegtuig ook in onze tas hebben, ga ik toch maar op zoek naar een locker. Nadat gebleken is dat er alleen briefjes van 5 in kunnen – en ook alleen onbeschadigde briefjes, kom ik met enige vertraging toch binnen.
Het is eigenlijk opmerkelijk rustig. De kinderen (en volwassenen blijken toch opeens weer helemaal kind te zijn) vliegen van de ene naar de andere glijbaan. Glijbanen met hoge snelheid; anderen weer met veel bochten. Of de mogelijkheid om wedstrijdje te doen, wie het eerste beneden is. Dikke pret dus! Ander half uur later begint het toch aardig vol te lopen. Als westerlingen blijft het toch vreemd om te zien dat veel vrouwen met kleren, hoofddoek en al te water gaan. Behalve onze vrouwen, zien we misschien drie andere westerse vrouwen in bikini/badpak. De volledig in Boerka gesluierde Arabische vrouwen blijven aan de kant. Meestal verscholen (naast de Boerka) achter een grote zonnebril en/of foto/videocamera. Het is een beeld dat wij moeilijk kunnen accepteren. Zeker als je ziet dat hun mannen er wel modieus bijlopen en volop met de kinderen mee kunnen genieten. Onze irritatie over de Arabiërs loopt nog hoger op als de rijen langer worden en de volwassen Arabiërs continu proberen voor te dringen, of zelfs helemaal niet aan sluiten in de rij. Onderaan de glijbaan kruipen ze onder een hekje door om direct weer naar boven te gaan; zelfs als ze al twee keer door één van de “badmeesters” terug zijn gestuurd.
Tegen een uur of drie besluiten we oon nog in de andere parken te kijken. Het kleine achtbaantje blijkt best aardig, maar ook een aantal andere atracties zijn erg leuk. Grappig dat ook het waterelement hier veel terug komt en dat er helemaal geen rijen staan. Rond vier uur zijn we klaar om terug te gaan. De gereed staande taxis willen ons voor niet minder dan 52 Ringgit terugbrengen. Terwijl wij op de heenreis 40 betaalden en volgens onze reisleidster ongeveer 30 had moeten kosten. Ach het zijn de bedrasgen niet, maar het gevoel om opgelicht te worden bevalt ons niet. Als we om het hotel heen lopen en daar de taxi pakken, blijkt het te kunnen voor 27 Ringgit + 4 Ringgit tolkosten.
Het is goed dat we bijtijds wijn weggegaan, want in de spits duurt de reis veel langer. Rond vijven komen we in ons hotel en duiken nog snel even onder de douche en stoppen de laatste spullen in de tas. Om zes uur moeten we weer klaar staan om onze bagage af te leveren en het avondmaal te nuttigen. We moeten namelijk rond half axht richting het vliegveld. We hebben Ritzhuan en Ruslan ook uitgenodigd voor het eten, zodat we naast Sylvia hun ook kunnen bedanken voor de reisbegeleiding. Het eten is weer prima; dit keer iets luxer dan we gewend zijn. Ritzhuan (die een paar woordjes Nederlands kan) is zeer geïnteresseerd in de Nederlandse Donald Duck. Er leuk om te zien dat Ritzhuan en Ruslan nog een stukje voorlezen met alle kinderen er omheen. In de bus schenken de kinderen de gezamenlijk aangeschafte voetbal aan Ritzhuan, omdat hij vaak met hun een balletje stond te trappen op de parkeerplaatsen. Silvia toons nog een slideshow met al haar fotos in de bus en zo zien we onze reisd nog een keer in vogelvlucht voorbij komen. Maar aangekomen op het vliegveld is het toch echt tijd om afscheid te nemen. We spenderen one laatste Ringgits aan ijs en chocola en stappen daarna in het vliegtuig naar Schiphol.

Heiko

Route: Kuala Lumpur – Kuala Lumpur

[/toggle]
[toggle title=”Zaterdag 31 juli 2010″]

De reis leek veel korter dan hij was. Maar ja, als je 9 van de 12 uur ligt de slapen, ben je weer in Amsterdam voordat je het weet. Het blijft een rare gewaarwording. Vandaag zijn we weer op schiphol. Gisteren nog in Kuala Lumpur en een paar dagen terug in de Taman Negara. We hebben weer een fantastische reis achter de rug. Een mooi divers land, goede en betrokken reisleider, gids en buschauffeur en een prima reisprogramma van SNP. Maar een groepsreis staat of valt ook bij je reisgenoten. Dit was onze tweede groepsreis, en gezien onze ervaringen, zeker niet de laatste. Wij hebben de Maleisië-groep als zeer prettig ervaren en zien nu al uit naar de reünie!
Fokke, Carin, Pepijn, Sanne, Djurre, Bas, Rifka, Matisse, Tobias, Wibo, Ilona, Niklas en Yvet, ook jullie bedankt voor de fijne reis!

Heiko

Route: Kuala Lumpur – Amsterdam

[/toggle]
[/toggles][/tab]
[/tabs]